De kraamzorg op rantsoen
Het tekort aan kraamverzorgenden in combinatie met de vakanties van kraamverzorgenden deze zomer levert extra problemen op. Om zoveel mogelijk gezinnen te helpen zullen minder uren worden geleverd dan de indicatie kraamzorg aangeeft. Er zal in ieder geval worden gestreefd naar het inzetten van het wettelijk vastgestelde minimum van 24 uur.
Één van de kraamcentra, Omring Kraamzorg lost het probleem op door Omring Thuisservice in te zetten, sommige cliënten zullen hierdoor twee mensen over de vloer krijgen, één voor moeder en kind en één voor de huishoudelijke klusjes, de andere kinderen en het verwennen van de moeder.
Kraamzorg heeft al jaar en dag te maken met pieken en dalen in de zorg, het aantal geboorten en de momenten waarop baby’s geboren worden zijn op basis van prognoses in te schatten, maar daar houdt het mee op.
De kraamzorg is een weerbarstige praktijk die de afgelopen 20 jaar te maken heeft met marktwerking, bezuiniging op uren zorg, invoering van werken op roosters en deeltijdcontracten met alle gevolgen van dien op de arbeidsmarkt.
Marktwerking
Als we het hebben over marktwerking in de gezondheidszorg dan denk ik dat we kunnen stellen dat de kraamzorg hier als (één van de) eerste instellingen mee te maken kreeg. In 1994 heb ik mijn scriptie voor de Post HBO Management- opleiding hier al aan gewijd.
Hadden voorheen alleen de van oudsher reguliere kraamcentra een productie- en prijsafspraak met het zorgkantoor, zo’n 20 jaar terug begonnen Zorgverzekeraars ook productie- en prijsafspraken te maken met particuliere/commerciële aanbieders van kraamzorg. De ‘reguliere’ kraamcentra zijn gaan fuseren en/ of over de voormalige gebiedsgrenzen heen gaan werken om mee te kunnen doen in de concurrentiestrijd.
Concurrentie
Het onderscheid tussen de reguliere kraamzorg en de particuliere/commerciële aanbieders richt(te) zich vooral op één kraamverzorgende in het gezin en flexibele zorg. Dit laatste, de flexibele zorg is overal ingevoerd, zie maar naar het gemiddelde aantal uren per dag dat uiteenloopt van 4 tot 8 uur.
Het één kraamverzorgende per gezin principe is nog steeds het belangrijkste onderscheid in de concurrentie. Kleine bureaus die kunnen beschikken over b.v. 40 zelfstandig werkende kraamverzorgenden en 40 cliënten per maand verzorgen, maar daarmee wel 25% van de markt in een bepaald gebied hebben overgenomen.
Bezuiniging in uren
In 25 jaar tijd is op het aantal uren behoorlijk bezuinigd van 80 uur, 10 dagen van 8 uur was begin jaren 80 van de vorige eeuw nog zeer gebruikelijk, naar 44 uur (gemiddeld 5,5 uur per dag) in 2007. Per 1 januari jl is het aantal uren weer verhoogd naar 49.
Planning van de kraamzorg maakt de variatie in uren er niet eenvoudiger op terwijl de bezuiniging van het aantal uren ook om kostenbeheersing vraagt. Zoals we allemaal weten zijn de personeelskosten de grootste kostenpost dus is het zaak strak te plannen en zo weinig mogelijk wachturen of zogenoemde ’geen werk’ uren te hebben. Tegenover deze uren staan geen inkomsten. Invoering van roosters en deeltijdcontracten moesten uitkomst bieden.
Roosters en deeltijdcontracten
Toen ik in 1979 als leidinggevende begon bij een kraamcentrum hadden we twee kraamverzorgenden met een contract van 50% in dienst, de overige kraamverzorgenden werkten 100%, toentertijd 40 uur per week. Ze werkten 10 dagen van 8 uur aaneengesloten in één en hetzelfde gezin, dus in twee weken hadden zij hun uren gewerkt en waren dan ca 4 dagen vrij (50%’ers werkten in één gezin per maand). Terugloop in zorguren per gezin, flexibele zorg (4 tot 8 uur per dag flexibel in te zetten) en CAO wijzigingen (je mag niet meer 10 dagen aaneengesloten werken, garantie voor x-aantal vrije weekenden per jaar etc, roosterplanning) hebben ertoe geleid dat er nu in de kraamzorg alleen nog maar met parttime contracten gewerkt wordt. Dit heeft grote gevolgen voor de arbeidsmarkt.
Arbeidsmarkt
Een recent onderzoek naar de arbeidsmarkt geeft aan dat de gemiddelde leeftijd van de kraamverzorgenden die meededen aan het onderzoek 45 jaar is, een derde van hen is ouder dan 50 jaar, drie van de vier kraamverzorgenden zijn in vaste dienst met een gemiddelde van 24 uur.
De aanwas van jongere kraamverzorgenden is minimaal en de verdiensten zijn niet hoog:
- Jonge mensen gaan de MBO-opleiding doen om kraamverzorgende te worden, ze willen dan wel fulltime ( of minimaal 32 uur) kunnen werken en kiezen na de opleiding niet snel voor een baan in de kraamzorg.
- Kraamcentra bestrijken door fusies steeds grotere werkgebieden, kraamverzorgenden hebben een auto nodig om bij de cliënten te komen. Een auto is met een fulltime contract amper op te brengen, laat staan met een parttime contract.
Minister Ab Klink
In 2006 is een indicatie protocol kraamzorg ingevoerd met als uitgangspunt 44 uur kraamzorg.
De overheid heeft dit jaar structureel 34 miljoen beschikbaar gesteld voor de kraamzorg, bestemd voor uitbreiding per 1 januari jl van 44 uur kraamzorg naar 49 uur.
Volgens minister Ab Klink van Volksgezondheid zal het tekort aan kraamverzorgenden binnen afzienbare tijd zijn opgelost. Hoe dat wordt opgelost heb ik nog nergens gelezen. Ik ga er vanuit dat er extra verkorte bedrijfsgerichte opleidingen worden ingezet, waar vooral de al wat ‘oudere’ geïnteresseerden, zelf al in de (kleine) kinderen en graag parttime willen werken, zullen worden opgeleid.
Ik hoop dat er binnenkort een oplossing is en hoop vooral dat overheid, instellingen en vakbonden gezamenlijk het beroep van kraamverzorgende aantrekkelijk maken en houden. Niet alleen voor de groep die parttime wil en kan werken, maar juist ook voor de beginnende beroepsbeoefenaar. Hoe dat moet, ik wil graag meedenken, maar ik heb hier ook niet één, twee, drie een pasklare oplossing voor.
0 reacties:
Een reactie plaatsen